De invloed van de Europese Dienstenrichtlijn op de exploitatie van vakantieparken door particulieren

Portret van Dirk Muller, Recreatievastgoed Adviseur & Makelaar
Dirk Muller
Recreatievastgoed Adviseur & Makelaar
Juridisch & Regelgeving · 2026-02-15 · 6 min leestijd

Je overweegt een recreatiewoning te kopen, een chalet of bungalow op een vakantiepark, en je wilt verhuren voor extra rendement. Dan kom je al snel langs de regels van de gemeente en de Europese Dienstenrichtlijn.

Die regelgeving bepaalt of jij zomaar mag verhuren, hoe ver een gemeente mag gaan met een verbod en wat een redelijke vergunningplicht is. In dit stuk leg ik je in gewone taal uit wat er speelt, welke regels er zijn en hoe je slim investeert zonder juridische problemen.

Wat is de Europese Dienstenrichtlijn en waarom doet ertoe?

De Europese Dienstenrichtlijn (Richtlijn 2006/123/EG) is een EU-wet die ervoor zorgt dat diensten in de hele EU soepel kunnen worden aangeboden.

Denk aan verhuur, horeca, winkels en vakantieverhuur. De kern: lidstaten en gemeenten mogen regels stellen, maar die moeten noodzakelijk, proportioneel en niet verder gaan dan nodig. Een algeheel verbod mag alleen als er geen minder beperkende alternatieven zijn en als het echt nodig is voor bijvoorbeeld openbare orde of veiligheid.

Voor jou als particuliere verhuurder betekent dit: een gemeente kan je niet zomaar weren zonder goede onderbouwing. Als je een recreatiewoning koopt op een vakantiepark en je wilt verhuren via Airbnb of Booking.com, dan mag de gemeente een vergunning eisen. Maar een totaalverbod zonder onderbouwing kan in strijd zijn met de Dienstenrichtlijn.

Hoe werkt een vergunningplicht voor kortstondige verhuur?

Veel gemeenten voeren een vergunningplicht in voor toeristische verhuur. Dat betekent dat jij als eigenaar een vergunning moet aanvragen voordat je je chalet of bungalow kortstondig verhuurt.

De vergunning kan aan voorwaarden zijn verbonden, zoals een maximum aantal dagen per jaar, geluidsnormen, parkeerregels en brandveiligheid.

Het Hof van Justitie oordeelde op 22 september 2020 dat een nationale vergunningplicht voor herhaalde kortstondige verhuur verenigbaar is met de Dienstenrichtlijn (C‑724/18 en C‑727/18, ECLI:EU:C:2020:743). Dat betekent dat een vergunning mag, zolang de regels niet verder gaan dan nodig en proportioneel zijn. Een vergunning mag niet een onnodige barrière zijn voor eerlijke verhuurders.

In de praktijk vraag je een vergunning aan via de gemeente. Je levert vaak een huishoudelijk reglement, een verhuurcontract en bewijs van brandveiligheid aan.

De kosten verschillen: een vergunning kost in Amsterdam rond € 100–€ 300 per jaar, in Den Haag rond € 150–€ 400. In kleinere gemeenten kan het gratis zijn of € 50–€ 150. Check altijd de website van je gemeente voor de exacte tarieven.

Den Haag: een algeheel verbod en wat dat betekent

Den Haag kent een algeheel verbod op vakantieverhuur: vergunningen worden niet verleend. Bij overtreding volgt eerst een waarschuwing, daarna een last onder dwangsom en bij herhaling een boete.

Dat is een harde aanpak, maar niet per definitie rechtmatig. Volgens de Dienstenrichtlijn moet een algeheel verbod voldoen aan strikte eisen: het moet noodzakelijk zijn, proportioneel en er mag geen minder beperkend alternatief zijn.

Een algeheel verbod kan in strijd zijn met de Dienstenrichtlijn als de gemeente niet aantoont dat er geen andere manieren zijn om overlast te beperken. Denk aan een vergunningplicht met een maximum aantal verhuurdagen, een geluidsprotocol of een parkmanager die toezicht houdt. Als je toch verhuurt in Den Haag, loop je risico op een waarschuwing, een dwangsom (bijvoorbeeld € 1.000–€ 5.000 per overtreding) of een boete.

Europese Dienstenrichtlijn: toets lokaal beleid

Lokale regels moeten altijd getoetst worden aan proportionaliteit en minder beperkende middelen. Een vergunningplicht mag geen onnodige hindernis zijn.

Dat betekent dat de gemeente duidelijk moet maken waarom een bepaalde regel nodig is en welke alternatieven zijn overwogen.

Voor vakantieparken en recreatiewoningen is dat extra relevant: parken hebben vaak al regels, toezicht en een parkmanager. Als je investeert in een chalet of bungalow op een vakantiepark, controleer dan of het park een exploitatievergunning heeft voor openbare inrichtingen (artikel 2.28 APV). Ook de invloed van de Wet Bibob op de exploitatie van een vakantiepark is hierbij een belangrijk aandachtspunt.

Sommige parken mogen geen alcohol schenken of evenementen organiseren zonder vergunning. Dat kan impact hebben op je verhuur: als je park geen vergunning heeft voor horeca, mag je als verhuurder geen evenementen organiseren zonder aparte vergunning.

Bestuurlijke aanpak van georganiseerde criminaliteit

Gemeenten gebruiken soms artikel 2.28 APV voor exploitatievergunningen van openbare inrichtingen om georganiseerde criminaliteit tegen te gaan. Dat kan ook spelen op vakantieparken waar verhuur via onderhuurders of grootschalige short-stay plaatsvindt.

Als een park niet voldoet aan de exploitatievergunning, kan de gemeente sluiting eisen. Voor jou als particuliere verhuurder betekent dit: kies een park dat zijn zaken op orde heeft. Vraag naar de vergunningen van het park, check de regels voor het plaatsen van een schutting en bekijk het huishoudelijk reglement.

Zorg dat je eigen verhuur voldoet aan de voorwaarden van de gemeente en het park.

Zo voorkom je dat je investering stil komt te liggen door een sluiting of boete.

Prijsindicaties en modellen voor investeren in recreatiewoningen

Wil je investeren in een recreatiewoning op een vakantiepark? Hieronder een paar modellen met prijsindicaties (standen 2024):

  • Chalet op een kleinschalig park (40–60 m²): aankoopprijs € 80.000–€ 150.000, jaarlijkse parklasten € 1.500–€ 3.000, verhuuropbrengst € 8.000–€ 18.000 per jaar (afhankelijk van locatie en bezetting).
  • Bungalow op een middelgroot park (70–100 m²): aankoopprijs € 150.000–€ 300.000, parklasten € 2.500–€ 5.000, verhuuropbrengst € 15.000–€ 35.000 per jaar.
  • Luxe lodge op een toplocatie (100–150 m²): aankoopprijs € 300.000–€ 600.000, parklasten € 4.000–€ 8.000, verhuuropbrengst € 30.000–€ 70.000 per jaar.

Let op: deze cijfers zijn indicatief en verschillen per regio en park.

Ook de vergunningplicht en het maximum aantal verhuurdagen beïnvloeden je rendement. In parken met veel toeristen (kust, Veluwe) liggen opbrengsten vaak hoger dan in minder populaire gebieden. Financiering: veel banken financieren recreatiewoningen met een hogere rente en een lagere loan-to-value (bijvoorbeeld 70% in plaats van 90%).

Verwacht een eigen inbreng van 30–40% van de aankoopprijs. Hypotheekrentes voor recreatiewoningen liggen in 2024 rond 4–6% afhankelijk van je profiel.

Praktische tips voor particuliere verhuurders

  1. Check de gemeentelijke regels voordat je koopt. Vraag na of er een vergunningplicht is, hoeveel dagen verhuur is toegestaan en wat de kosten zijn.
  2. Onderzoek het vakantiepark: heeft het park een exploitatievergunning (artikel 2.28 APV)? Zijn er regels voor evenementen, horeca en nachtverblijf?
  3. Vraag een vergunning aan zodra je eigenaar bent. Zorg voor een huishoudelijk reglement, brandveiligheid en een verhuurcontract.
  4. Houd rekening met kosten: vergunning (€ 50–€ 400 per jaar), parklasten (€ 1.500–€ 8.000 per jaar), verzekering (€ 200–€ 500 per jaar), schoonmaak en onderhoud (€ 1.000–€ 3.000 per jaar).
  5. Monitor je bezetting: gebruik een verhuurplatform en stel een maximum aantal verhuurdagen in om binnen de vergunning te blijven.
  6. Bij overtreding: reageer direct op een waarschuwing, los het probleem op en voorkom een dwangsom of boete.
  7. Overweeg een parkmanager of verhuurmakelaar als je zelf weinig tijd hebt. Kosten: 10–20% van de verhuuropbrengst.

Met deze aanpak investeer je slim in een chalet of bungalow op een vakantiepark, zonder juridische verrassingen. Houd ook rekening met de juridische eisen voor een energielabel bij de verkoop.

De Europese Dienstenrichtlijn geeft je bescherming: een algeheel verbod moet noodzakelijk en proportioneel zijn. Een vergunningplicht mag, maar mag geen onnodige barrière zijn. Check, vraag en regel het goed, en je kunt met een gerust hart verhuren.

Portret van Dirk Muller, Recreatievastgoed Adviseur & Makelaar
Over Dirk Muller

Dirk adviseert kopers en investeerders op het gebied van recreatievastgoed al 15 jaar. Hij heeft persoonlijk meer dan 30 vakantiehuizen beoordeeld op prijs, regelgeving en verhuuropbrengst.

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Juridisch & Regelgeving
Ga naar overzicht →